Nieuws.

Aanpassingen in het enquêterecht

De Ondernemingskamer is, als bijzondere Kamer van het Gerechtshof Amsterdam, landelijk bevoegd tot het behandelen en beslissen van verzoeken tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen. Deze enquêteprocedure is vastgelegd in de artikelen 344 tot en met 359 van Boek 2 BW. Met ingang van 1 januari 2013 zijn enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot deze enquêteprocedure.

Nieuw is dat de rechtspersoon nu ook zelf een verzoek tot het houden van een enquête en het treffen van voorzieningen kan indienen bij de Ondernemingskamer. De rechtspersoon wordt daarbij vertegenwoordigd door het bestuur of de raad van commissarissen. Op deze wijze kan in het belang van de rechtspersoon bijvoorbeeld verzocht worden onderzoek in te stellen naar de besluitvorming in de aandeelhoudersvergadering of naar het gedrag van individuele aandeelhouders. Ook kan getracht worden met behulp van de Ondernemingskamer impasses in de besluitvorming in de aandeelhoudersvergadering of in de besluitvorming tussen bestuur en aandeelhoudersvergadering te doorbreken. Voorts is nieuw dat de curator in geval van faillissement van de rechtspersoon een enquêteprocedure kan starten, bijvoorbeeld om te laten vaststellen dat sprake was van wanbeleid.

Een andere belangrijke wijziging betreft de bepaling dat certificaat- of aandeelhouders van grote besloten of naamloze vennootschappen over een groter belang dienen te beschikken om toegang te krijgen tot de Ondernemingskamer. Voor certificaat- of aandeelhouders van kleinere vennootschappen (dat wil zeggen met een geplaatst kapitaal van maximaal EUR 22,5 miljoen) verandert er niets. Deze certificaat- of aandeelhouders zijn bevoegd indien een of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen alleen of gezamenlijk ten minste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of rechthebbende zijn op een bedrag van aandelen of certificaten daarvan tot een nominale waarde van EUR 225.000. De certificaat- of aandeelhouders bij grote vennootschappen (geplaatst kapitaal van meer dan EUR 22.5 miljoen) zijn alleen bevoegd indien een of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen minimaal 1% van het aandelenkapitaal vertegenwoordigen. Bij beursgenoteerde vennootschappen ligt deze drempel bij  minimaal EUR 20 miljoen beurswaarde. De statuten kunnen overigens in alle gevallen lagere drempels bepalen.

De hiervoor omschreven wijzigingen zijn niet uitputtend, zo zijn in de wet thans ook processuele waarborgen opgenomen en is bepaald dat iedere belanghebbende de gelegenheid krijgt een verweerschrift in te dienen.

Jetske Heikens
heikens@slangen-advocaten.nl
14 mei 2013

Overig nieuws

Meer nieuws
© 2011 Slangen Advocaten