Nieuws.

Versnelling in het realiseren van een woningbouwproject wil toch iedereen?

In tijden van economische crisis is het vanuit verschillende kanten van belang dat ruimtelijke en infrastructurele projecten versneld ontwikkeld en verwezenlijkt kunnen worden. Maar welke instrumenten staan partijen tot hun beschikking om versneld een dergelijk project te ontwikkelen en te verwezenlijken?

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is de omgevingsvergunning opgenomen. De Wabo heeft als doel om vergunning- en ontheffingverlening voor projecten te versnellen en te vereenvoudigen. In de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) is ook een instrument opgenomen dat voor versnelling in de besluitvorming moet zorgen, namelijk de coördinatieregeling. Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) voor een tijdelijke periode in werking getreden om de bouwsector te stimuleren. De Chw is met het oog op de economische crisis ontworpen. De Chw zou ervoor moeten zorgen dat ruimtelijke en infrastructurele projecten versneld ontwikkeld en verwezenlijkt kunnen worden. Het is de bedoeling van de wetgever om de Chw permanent in werking te laten treden. Tot 1 januari 2014 kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die de Chw biedt. Één van de nieuwe instrumenten uit de Chw om projecten te ontwikkelen en te verwezenlijken is het projectuitvoeringsbesluit.

Wat houden bovenstaande instrumenten in en
wat zijn de voor- en nadelen van deze instrumenten?


Het projectuitvoeringsbesluit
Onder het projectuitvoeringsbesluit vallen projecten die geheel of hoofdzakelijk voorzien in de bouw van ten minste 12 en ten hoogste 2000 of 1500 woningen in geval van twee ontsluitingswegen respectievelijk één ontsluitingsweg. Daarnaast kan het projectuitvoeringsbesluit worden genomen bij projecten van maatschappelijke betekenis (zoals de bouw van onderwijsgebouwen en ziekenhuizen).

De coördinatieregeling
In veel gevallen wordt ervoor gekozen om het bestemmingsplan aan te passen, alvorens een omgevingsvergunning aan te vragen. Een bestemmingsplanherziening an sich is vaak niet genoeg om een project te realiseren. Vaak zal een omgevingsvergunning (voor bijvoorbeeld de bouw) nodig zijn. De mogelijkheid bestaat dan om gebruik te maken van de coördinatieregeling. De coördinatieregeling heeft net als het projectuitvoeringsbesluit tot doel om voor versnelling te zorgen. Via de coördinatieregeling kan de herziening van het bestemmingsplan gecoördineerd worden met de omgevingsvergunning.

De omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning heeft 25 toestemmingen geïntegreerd in één vergunning. Met behulp van een omgevingsvergunning kan toestemming gegeven worden om in een concreet geval bijvoorbeeld te bouwen, te slopen of gronden te gebruiken indien dat in strijd is met het bestemmingsplan.

Het projectuitvoeringsbesluit versus de coördinatieregeling en de omgevingsvergunning
Het projectuitvoeringsbesluit vervangt alle besluiten die vereist zouden zijn geweest voor het realiseren van een dergelijk project (uitgezonderd zijn de besluiten op grond van de Flora- en faunawet, de opgravingsvergunning en een bepaald onderdeel van de watervergunning). De omgevingsvergunning bevat slechts 25 toestemmingen en de coördinatieregeling kan slechts gebruikt worden voor de verwezenlijking van ruimtelijk beleid. Het projectuitvoeringsbesluit is dus van waarde als een omvangrijk project op korte termijn gerealiseerd wenst te worden.

Het projectuitvoeringsbesluit kan slechts worden toegepast bij een woningbouwproject tussen de 12 en 1500/2000 woningen. Een dergelijke beperking geldt niet bij de coördinatieregeling en de omgevingsvergunning.

Bij de aanvraag voor het projectuitvoeringsbesluit moet een volledig uitgewerkt bouwplan ingediend worden. Het projectuitvoeringsbesluit kan niet gefaseerd worden aangevraagd. Juist bij veelomvattende projecten is het vaak wenselijk dat fasering mogelijk is, omdat het plan nog niet tot in detail bekend is. Bij de omgevingsvergunning en de coördinatieregeling is fasering juist wel mogelijk.

Het projectuitvoeringsbesluit en de omgevingsvergunning zijn een besluit in het concrete geval. Als blijkt dat het bouwplan veranderd moet worden, biedt het projectuitvoeringsbesluit of de omgevingsvergunning niet de flexibiliteit die de coördinatieregeling wel biedt. In een dergelijk geval zal opnieuw een projectuitvoeringsbesluit of een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Als de coördinatieregeling gebruikt wordt, kunnen latere aanvragen getoetst worden aan het herziene bestemmingsplan.

Met name in de besluitvorming bij de rechter kan versnelling in de procedure behaald worden als verwacht wordt dat belanghebbenden bezwaar hebben tegen een ontwikkeling. Tegen het projectuitvoeringsbesluit staat voor belanghebbenden rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling moet binnen zes maanden uitspraak doen in de betreffende zaak. Bij een bestemmingsplanherziening (en dus ook bij de coördinatieregeling) staat ook rechtstreeks beroep open bij de Afdeling. De Afdeling moet echter in dat laatste geval binnen twaalf maanden uitspraak doen in de betreffende zaak. Tegen de omgevingsvergunning staat beroep in twee instanties open en hier gelden geen termijnen waar de rechter zich aan moet houden. Alleen als meer dan elf woningen worden gerealiseerd via de omgevingsvergunning, moet de rechter in beide instanties binnen zes maanden uitspraak doen. Het projectuitvoeringsbesluit heeft als groot voordeel dat binnen zes maanden een onherroepelijk besluit op tafel ligt.

Een nadeel van het projectuitvoeringsbesluit is dat het besluit nog niet in werking treedt indien binnen de beroepstermijn beroep wordt ingesteld tegen het projectuitvoeringsbesluit. De schorsing duurt totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Daar staat dan wel tegenover dat binnen zes maanden een onherroepelijk besluit op tafel ligt. Bij de omgevingsvergunning en de coördinatieregeling kan ervoor worden gekozen om het risico te nemen met de bouw te beginnen, wat bij het projectuitvoeringsbesluit dus niet mogelijk is. Het besluit treedt namelijk in werking, met de mogelijkheid dat achteraf kan blijken dat het besluit ten onrechte is verleend.

Het zal van de omstandigheden afhangen of gekozen moet worden voor de omgevingsvergunning, de coördinatieregeling of het projectuitvoeringsbesluit. Indien u meer informatie wenst over bovenstaande instrumenten of advies wenst bij het gebruikmaken van bovenstaande instrumenten, kunt u contact opnemen met de advocaten van Slangen Advocaten. De advocaten kunnen u dan van een advies op maat voorzien.

Fiona Sassen
sassen@slangen-advocaten.nl

Overig nieuws

Meer nieuws
2011 Slangen Advocaten