Nieuws.

Jurisprudentie

Gerechtshof Leeuwarden 5 juli 2011 (LJN: BR 2500)
Het opnemen van een arbitragebeding in de algemene voorwaarden van een aannemingsovereenkomst is niet toegestaan.

In algemene voorwaarden (bijvoorbeeld de UAV-1989) welke bij een aannemingsovereenkomst van toepassing kunnen worden verklaard, is vaak het beding opgenomen dat de Raad van Arbitrage oordeelt over geschillen, met uitdrukkelijke uitsluiting van de rechtbank. Het gevolg van een dergelijk arbitragebeding is dat een particulier, de consument, de toegang tot de rechter wordt ontnomen. Bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst is het mogelijk dat een consument zich dit niet realiseert. Om die reden heeft het Hof bepaald dat een dergelijk arbitragebeding niet in de algemene voorwaarden mag worden opgenomen. De Hoge Raad heeft zich over deze kwestie nog niet uitgelaten. Uit deze uitspraak kan worden opgemaakt dat het verstandig is om bij het sluiten van een aannemingsovereenkomst met een consument uitdrukkelijk af te spreken dat de Raad van Arbitrage over een geschil zal oordelen.

Hoge Raad 2 september 2011 (LJN: BQ 5099)
Het handelen zonder een vergunning is onrechtmatig, maar als met zekerheid te verwachten is dat een vergunning wordt verleend is het handelen zonder vergunning in sommige situaties wel toegestaan.

In deze zaak ging het tussen afvalinzamelaar “Omrin” en “Stichting Afvaloven Nee”. Omrin wilde voor het verbranden van niet bruikbaar restafval een Reststoffenenergiecentrale (REC) bouwen. Hier heeft Omrin een bouwvergunning en een milieuvergunning voor gekregen, waarna Omrin begonnen is met de bouw van de REC. De milieuvergunning had niet verleend mogen worden aan Omrin; een nieuwe milieuvergunning moest worden aangevraagd. De Stichting Afvaloven Nee vorderde in kort geding stillegging van de bouw van de REC. De Hoge Raad stond toe dat Omrin zonder milieuvergunning alvast begonnen was met de bouw, omdat een nieuwe milieuvergunning was aangevraagd en te verwachten was dat deze verleend zou worden. Het handelen zonder een vergunning is niet onder alle omstandigheden onrechtmatig.

Hoge Raad 28 oktober 2011 (LJN BQ 9880)
Indien ontruiming van een kraakpand plaatsvindt via de strafrechtelijke weg, door tussenkomst van het Openbaar Ministerie, moeten de krakers de mogelijkheid hebben om door de rechter te laten toetsen of het gekraakte pand mag worden ontruimd.

Vanaf 1 oktober 2010 is kraken strafbaar gesteld. Strafrechtelijke ontruiming maakt een inbreuk op het huisrecht van de krakers. De krakers moeten de mogelijkheid van het Openbaar Ministerie krijgen om de rechter via een kort geding te laten toetsen of het gekraakte pand mag worden ontruimd. De krakers zullen aannemelijk moeten maken dat zij een zwaarder wegend belang hebben om in het pand te mogen verblijven dan de eigenaar bij ontruiming. Het Openbaar Ministerie mag het kraakpand ontruimen als de krakers in kort geding de zaak hebben kunnen voorleggen aan de rechter. Het Openbaar Ministerie dient de uitkomst van het kort geding af te wachten (een hoger beroep tegen deze uitspraak hoeft het OM echter niet af te wachten). Als de rechter beslist dat (bijvoorbeeld binnen een beperkte tijd) ontruimen onrechtmatig is, zal het OM niet mogen ontruimen.

Fiona Sassen
sassen@slangen-advocaten.nl

Overig nieuws

Meer nieuws
2011 Slangen Advocaten