Nieuws.

Contracteren met gemeenten kent 'haken en ogen'

Als een marktpartij een overeenkomst sluit met de gemeente, moet de marktpartij altijd erop bedacht zijn of het orgaan binnen de gemeente waarmee de overeenkomst is gesloten ook bevoegd is om de overeenkomst te sluiten. Recent sneuvelde een overeenkomst tussen een marktpartij en de gemeente bij de Hoge Raad, omdat de gemeenteraad de overeenkomst die het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: "het college") had gesloten niet goedkeurde.

De volgende situatie werd recent voorgelegd aan de Hoge Raad. Tussen de gemeente Hof van Twente en VOF Landgoed Hof van Twente was onderhandeld over de aanleg van een grootschalig recreatiepark. De onderhandelingen werden aan de kant van de gemeente gevoerd door een stuurgroep die was aangesteld door het college. Bij deze onderhandelingen is besproken dat voorkomen diende te worden dat de recreatiewoningen permanent bewoond zouden worden. Tussen de ontwikkelaar en het college is een realisatieovereenkomst tot stand gekomen. De realisatieovereenkomst diende echter door de gemeenteraad te worden goedgekeurd. In de raadsvergadering waar de vaststelling van het bestemmingsplan en het instemmen met en het ondertekenen van de realisatieovereenkomst door de gemeente op de agenda stond, besloot de gemeenteraad het bestemmingsplan af te wijzen omdat de gemeenteraad vreesde voor permanente bewoning van de recreatiewoningen.

Het college is in beginsel op grond van de Gemeentewet bevoegd om de gemeente zelfstandig te binden. Het vertrouwensbeginsel brengt daarnaast mee dat ook wanneer zonder een besluit van een bevoegd orgaan, de gemeente gebonden kan zijn aan de overeenkomst. De Hoge Raad heeft echter op 26 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1737) bepaald dat door het college opgewerkt vertrouwen bij de ontwikkelaar geen rol kan spelen voor zover dat vertrouwen niet is gewekt door de gemeenteraad zelf.

De Hoge Raad bepaalt tevens dat groot gewicht toekomt aan de bevoegdheidsverdeling tussen het college en de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft een autonome positie en er moet terughoudendheid worden betracht bij het aannemen van gebondenheid van een gemeente zonder instemming van de gemeenteraad in gevallen waar de gemeenteraad een formele positie in het besluitvormingsproces inneemt.

Het arrest van de Hoge Raad benadrukt nog maar eens dat een wederpartij van een gemeente niet erop mag vertrouwen dat handelingen van het college de instemming van de gemeenteraad hebben indien dat vertrouwen niet is gewerkt door toedoen van de gemeenteraad zelf. Bij onderhandelingen met een gemeente moet dus altijd worden nagegaan of het college (zonder goedkeuring van de gemeenteraad) bevoegd is om een overeenkomst te sluiten met een marktpartij.

Fiona Sassen
sassen@slangen-advocaten.nl
3 juli 2015

Overig nieuws

Meer nieuws
2011 Slangen Advocaten