Nieuws.

Pas op voor ‘betaalplanologie’ bij gemeenten!

Veel gemeenten stellen dat voordat een bestemmingsplan voor een bepaald bouwplan in procedure kan worden gebracht, eerst een anterieure overeenkomst over grondexploitatie gesloten moet zijn. Zogenaamde ‘betaalplanologie’, waarbij gemeenten in ruil voor een bestemmingswijziging een niet-wettelijke betaling afdwingen, is ontoelaatbaar, zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) reeds diverse malen.

Een financiële bijdrage in ruil voor gemeentelijke medewerking aan een ruimtelijke ontwikkeling is niet altijd verboden. In de Wet ruimtelijke ordening  wordt de mogelijkheid geboden om via een anterieure overeenkomst de grondexploitatiekosten te verhalen (artikel 6.12 jo. artikel 6.24 Wro). Ook bovenplanse kosten kunnen via deze weg aan de ontwikkelaar worden toegerekend. Indien het niet mogelijk is om tot overeenstemming te komen over een anterieure overeenkomst, kan het kostenverhaal worden verzekerd via een grondexploitatieplan (artikel 6.12 lid 1 Wro). In de praktijk proberen gemeenten de ontwikkelaar te ‘dwingen’ tot het sluiten van een anterieure overeenkomst. Dit is niet toegestaan, zoals blijkt uit (recente) diverse uitspraken van de Afdeling. 

In de gemeente Cranendock had de gemeenteraad de ruimtelijke onderbouwing voor de bouw van vijf woningen op een perceel akkoord bevonden. De gemeente had de ontwikkeling buiten het bestemmingsplan gelaten, omdat er met de eigenaar geen anterieure overeenkomst was gesloten. De Afdeling oordeelde recent1 dat de enkele omstandigheid dat geen anterieure overeenkomst tot stand is gekomen op zichzelf onvoldoende is om aan het perceel geen woonbestemming toe te kennen, nu geen planologische bezwaren tegen de woningen bestonden en gelet op het feit dat de gemeente een exploitatieplan diende  vast te stellen, tenzij het verhaal van de grondexploitatiekosten anderszins is verzekerd.

Ook in 20112 en in 20133 deed zich een zelfde situatie voor bij de Afdeling. Ook toen oordeelde de Afdeling dat nu geen planologische bezwaren bestonden tegen de gewenste ruimtelijke ontwikkeling, de omstandigheid dat geen anterieure overeenkomst was gesloten een onvoldoende deugdelijke motivering om aan het perceel geen woonbestemming toe te kennen.

Het heeft er alle schijn van dat gemeenten ondanks de uitspraken van de Afdeling nog steeds doen aan ‘betaalplanologie’. Dit is niet toegestaan! Indien er tegen een ruimtelijke ontwikkeling geen planologische bezwaren bestaan, moet de gemeente de ruimtelijke ontwikkeling bestemmen. Voor het kostenverhaal moet de gemeente overeenstemming dienen te bereiken over een anterieure overeenkomst en indien dit niet mogelijk is, zal zij een exploitatieplan vast moeten stellen.

Fiona Sassen
sassen@slangen-advocaten.nl
10 maart 2015

_______

1 Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 22 oktober 2014, 201309214/1/R3.
2 Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 3 augustus 2011, 201009334/1/R3.
3 Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 25 oktober 2013, BR 2014/5.

Overig nieuws

Meer nieuws
© 2011 Slangen Advocaten